beginselen:neutraliteit_als_gelijkheidsbeginsel
Differences
This shows you the differences between two versions of the page.
| Both sides previous revisionPrevious revisionNext revision | Previous revision | ||
| beginselen:neutraliteit_als_gelijkheidsbeginsel [2023/09/12 11:00] – [3.2 Modale consument] avdoesum | beginselen:neutraliteit_als_gelijkheidsbeginsel [2023/09/12 11:59] (current) – [3.2 Modale consument] avdoesum | ||
|---|---|---|---|
| Line 36: | Line 36: | ||
| 68. Of het beding in het hoofdgeding duidelijk en begrijpelijk is, moet door de verwijzende rechter worden onderzocht op basis van alle relevante feitelijke gegevens, waaronder de reclame en de informatie die door de kredietgever in het kader van de onderhandeling van een leningsovereenkomst worden verstrekt, en rekening houdend met het aandachtsniveau dat mag worden verwacht van een normaal geïnformeerde en redelijk omzichtige en oplettende gemiddelde consument (zie in die zin arresten van 30 april 2014, Kásler en Káslerné Rábai, C‑26/13, EU: | 68. Of het beding in het hoofdgeding duidelijk en begrijpelijk is, moet door de verwijzende rechter worden onderzocht op basis van alle relevante feitelijke gegevens, waaronder de reclame en de informatie die door de kredietgever in het kader van de onderhandeling van een leningsovereenkomst worden verstrekt, en rekening houdend met het aandachtsniveau dat mag worden verwacht van een normaal geïnformeerde en redelijk omzichtige en oplettende gemiddelde consument (zie in die zin arresten van 30 april 2014, Kásler en Káslerné Rábai, C‑26/13, EU: | ||
| + | **Phantasialand** \\ | ||
| + | 45. Hoewel de verwijzende rechter opmerkt dat in Duitsland de context van de diensten die worden verricht in het kader van, enerzijds, een attractiepark en, anderzijds, een kermis niet wordt gekenmerkt door afzonderlijke rechtskaders, | ||
| + | |||
| + | 46. Wat overigens de vraag betreft of de nationale rechter in deze context het recht heeft om gebruik te maken van een empirisch deskundigenonderzoek inzake het oogpunt van de gemiddelde consument, dan wel of dit oogpunt slechts een „theoretisch perspectief” betreft waartoe niet kan worden gekomen door bewijsverkrijging, | ||
| + | |||
| + | 47. Het Unierecht verzet zich er evenwel niet tegen dat een nationale rechter die bij die beoordeling bijzondere moeilijkheden ondervindt, onder de naar nationaal recht geldende voorwaarden, | ||
| + | |||
| + | **Gut Springenheide en Tusky, C‑210/96, EU: | ||
| + | |||
| + | 30. Ook zij eraan herinnerd, dat het Hof zich reeds verschillende keren heeft gebogen over het eventueel misleidend karakter van een benaming, een merk of een reclame-uiting in het licht van de verdragsbepalingen of bepalingen van afgeleid recht en dat het, telkens wanneer de voorliggende stukken voldoende leken en de oplossing duidelijk leek, het probleem zelf heeft beslecht in plaats van de eindbeoordeling aan de nationale rechter over te laten (zie onder meer arresten van 7 maart 1990, GB-INNO-BM, C-362/88, Jurispr. blz. I-667; 13 december 1990, Pall, C-238/89, Jurispr. blz. I-4827; 18 mei 1993, Yves Rocher, C-126/91, Jurispr. blz. I-2361; 2 februari 1994, Verband Sozialer Wettbewerb, C-315/92, Jurispr. blz. I-317; 29 juni 1995, Langguth, C-456/93, Jurispr. blz. I-1737, en 6 juli 1995, Mars, C-470/93, Jurispr. blz. I-1923). | ||
| + | |||
| + | 31. Blijkens deze arresten is het Hof bij de beoordeling, | ||
| + | |||
| + | 32. De nationale rechterlijke instanties moeten in dezelfde omstandigheden dus in de regel in staat zijn om de eventuele misleidende werking van een reclame-uiting te beoordelen. | ||
| + | |||
| + | 33. Anderzijds heeft het Hof in andere zaken, waarin het niet over voldoende gegevens beschikte of de oplossing wegens de stand van het voorliggende dossier niet eenduidig leek, de beslissing over het eventueel misleidend karakter van de benaming, het merk of de reclame-uiting aan de nationale rechter overgelaten (zie onder meer het arrest Gutshof-Ei, reeds aangehaald, alsmede de arresten van 17 maart 1983, De Kikvorsch, 94/82, Jurispr. blz. 947 en 26 november 1996, Graffione, C-313/94, Jurispr. blz. I-6039). | ||
| + | |||
| + | 34. In het arrest van 16 januari 1992, X (C-373/90, Jurispr. blz. I-131, punten 15 en 16) besliste het Hof met betrekking tot richtlijn 84/450, dat het aan de nationale rechter stond om, gelet op de omstandigheden van het geval, na te gaan of een reclame waarin voertuigen als nieuw werden aangeprezen ofschoon zij met het oog op de invoer waren geregistreerd, | ||
| + | omstandigheid een aanzienlijk aantal consumenten van aankoop zou hebben doen afzien. Het Hof voegde daaraan toe, dat de reclame met de lagere prijs van de auto's slechts als misleidend kon worden aangemerkt indien mocht blijken, dat een aanzienlijk aantal consumenten tot wie de betrokken reclame zich richtte, tot aankoop besloot zonder te beseffen dat tegenover de lagere prijs van de door de parallelimporteur verkochte auto's een geringer aantal accessoires stond. | ||
| + | |||
| + | 35. Het Hof heeft dus niet uitgesloten, | ||
| + | |||
| + | 36. Bij gebreke van enige gemeenschapsbepaling terzake, dient de nationale rechter die een dergelijk onderzoek onontbeerlijk acht, overeenkomstig zijn nationaal recht te bepalen, welk percentage misleide consumenten hem voldoende significant lijkt om in voorkomend geval een verbod van die reclame-uiting te rechtvaardigen. | ||
| ---- | ---- | ||
beginselen/neutraliteit_als_gelijkheidsbeginsel.1694509220.txt.gz · Last modified: by avdoesum
