bekastingplichtige:fiscale_eenheid:ratio
Differences
This shows you the differences between two versions of the page.
| bekastingplichtige:fiscale_eenheid:ratio [2024/05/20 12:31] – created avdoesum | bekastingplichtige:fiscale_eenheid:ratio [2024/05/20 12:33] (current) – avdoesum | ||
|---|---|---|---|
| Line 17: | Line 17: | ||
| ====3. Jurisprudentie==== | ====3. Jurisprudentie==== | ||
| - | 78. Teneinde op de door de verwijzende rechter geuite twijfels te kunnen reageren, moet worden nagegaan welke logica, dat wil zeggen welke rechtvaardiging, | + | * [[https:// |
| - | + | ||
| - | 79. Dienaangaande zij eraan herinnerd dat het Hof met betrekking tot de doelstellingen van artikel 4, lid 4, tweede alinea, van de Zesde richtlijn heeft opgemerkt dat uit de motivering van het voorstel van de Commissie dat tot de vaststelling van deze heeft geleid [COM(73) 950 def.], blijkt dat de wetgever van de Unie er met deze bepaling voor heeft willen zorgen dat de lidstaten de hoedanigheid van belastingplichtige niet stelselmatig hoefden te verbinden aan „strikt juridische onafhankelijkheid”, | + | |
| - | + | ||
| - | 80. De verwijzende rechter verwijst uitdrukkelijk naar deze rechtspraak van het Hof, maar richt zijn blik uitsluitend op de doelstellingen van administratieve vereenvoudiging en het voorkomen van misbruik. Zoals echter duidelijk blijkt uit het voorgaande punt, heeft de btw‑groepregeling in de eerste plaats tot doel de lidstaten in staat te stellen de hoedanigheid van belastingplichtige niet stelselmatig te verbinden aan „strikt juridische onafhankelijkheid”. Het is dus uitdrukkelijk een instrument dat de lidstaten de bevoegdheid geeft om de kwestie van de btw‑plicht te scheiden van die betreffende de juridische organisatie van ondernemingen. | + | |
| - | + | ||
| - | 81. Dienaangaande zij erop gewezen dat de verschuldigdheid van btw van invloed kan zijn op de organisatie en het functioneren van bedrijfsactiviteiten, | + | |
| - | + | ||
| - | 82. In beginsel zou het voor btw‑doeleinden evenwel niet relevant moeten zijn dat een deel van de bedrijfsactiviteit wordt uitbesteed aan een afzonderlijke entiteit (mogelijk een afzonderlijke belastingplichtige) die deel uitmaakt van de groep, dan wel wordt verricht door een interne operationele entiteit die deel uitmaakt van een grotere onderneming. Voor de hoedanigheid van btw-plichtige is namelijk niet de rechtsvorm, maar de activiteit bepalend.(44) | + | |
| - | + | ||
| - | 83. Door zich te bedienen van de btw‑groepregeling kunnen de lidstaten dus de invloed van de belasting op de wijze waarop ondernemingen zichzelf organiseren, | + | |
| - | + | ||
| - | 84. De vaststelling dat de fundamentele en oorspronkelijke functie van de btw‑groepregeling bestaat in het doel om „organisatorische” fiscale neutraliteit te garanderen vloeit niet alleen voort uit de bewoordingen van de rechtspraak van het Hof die in punt 78 van deze conclusie is aangehaald, maar ook uit de ontstaansgeschiedenis van de bepaling. Het concept van de btw‑groep is in feite in het Unierecht geïntroduceerd door de Tweede richtlijn (67/ | + | |
| - | + | ||
| - | 85. Zoals de verwijzende rechter heeft opgemerkt, heeft de functie van het garanderen van de „organisatorische” fiscale neutraliteit evenwel aan belang ingeboet na de invoering van de mogelijkheid om voorbelasting af te trekken. Als een dergelijke mogelijkheid aanwezig is, heffen de belastingschuld en het recht op aftrek van de vooraf betaalde btw elkaar immers op, zodat, mocht een dergelijke aftrek mogelijk zijn, de btw‑groepregeling geen materiële werking sorteert en de rechtvaardiging ervan in beginsel in de administratieve vereenvoudiging van procedurele aard ligt. In dit verband dient te worden opgemerkt dat deze administratieve vereenvoudiging ook gunstig is voor de belastingdienst, | + | |
| - | + | ||
| - | 86. De doelstelling om de „organisatorische” fiscale neutraliteit van deze regeling te garanderen geldt echter nog ten volle voor ondernemingen die geen recht hebben op aftrek van de voorbelasting. Als de betrokken lidstaat gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om een btw‑groep op richten, maakt het voor deze ondernemingen – mits de intragroepshandelingen niet belastbaar zijn – immers niet uit of zij zelf of via een gecontroleerde onderneming leveringen of diensten verrichten. In beide gevallen zijn deze leveringen of diensten niet belast met btw.(50) Juist voor deze ondernemingen blijft de rechtvaardiging van de btw‑groepregeling om „organisatorische” fiscale neutraliteit te garanderen, dus geldig. Voor deze ondernemingen heeft de btw‑groepregeling dus niet louter een procedurele betekenis, als administratieve vereenvoudiging, | + | |
| - | + | ||
| - | 87. In deze context is het van belang eraan te herinneren dat de Grote kamer van het Hof in het arrest van 9 april 2013, Commissie/ | + | |
bekastingplichtige/fiscale_eenheid/ratio.1716201062.txt.gz · Last modified: by avdoesum · Currently locked by: 216.73.217.169,172.17.0.1
