Site Tools


belastbare_handeling:combinaties_van_prestaties

Differences

This shows you the differences between two versions of the page.

Link to this comparison view

Both sides previous revisionPrevious revision
Next revision
Previous revision
belastbare_handeling:combinaties_van_prestaties [2025/10/05 16:48] avdoesumbelastbare_handeling:combinaties_van_prestaties [2026/03/13 14:12] (current) avdoesum
Line 82: Line 82:
  
 ---- ----
 +
 +  * Brose Prievidza, spol. s r. o., C‑234/24 \\  **57** Ten eerste volstaat het feit dat verschillende leveringen van identieke goederen, in casu de onderdelen, tussen dezelfde ondernemingen hebben plaatsgevonden, echter niet om te kunnen oordelen dat deze leveringen op zichzelf en los van de levering van de litigieuze apparatuur als één enkele handeling moeten worden beschouwd. Het feit dat deze leveringen identieke goederen betreffen, betekent immers niet automatisch dat zij objectief gezien één enkele ondeelbare economische prestatie vormen, waarvan het kunstmatig zou zijn om die uit elkaar te halen. \\ **58**      Dit geldt des te meer wanneer twee onafhankelijke dienstverrichters twee verschillende goederen leveren, in casu de litigieuze apparatuur en de onderdelen. Zoals de advocaat-generaal in de punten 46 en 47 van haar conclusie in wezen heeft opgemerkt, __lijkt het in de ogen van een gemiddelde consument immers volstrekt logisch om leveringen door twee onafhankelijke dienstverrichters afzonderlijk te behandelen__.\\  **59**      Zoals in de punten 50 en 51 van het onderhavige arrest reeds is opgemerkt, betekent het feit dat er tussen de handelingen een bepaald verband bestaat – omdat de litigieuze apparatuur noodzakelijk is voor de vervaardiging van de onderdelen – bovendien niet dat zij als één enkele handeling, en dus evenmin als ondeelbare prestaties moeten worden beschouwd. \\ **60**      __Bij wijze van uitzondering kunnen twee prestaties van twee onafhankelijke dienstverrichters wel als één enkele samengestelde prestatie worden beschouwd__. __Dit is het geval wanneer vaststaat dat deze prestaties kunstmatig zijn opgesplitst__. \\ **61**      Het Hof heeft een dergelijke situatie in aanmerking genomen in het arrest van 21 februari 2008, Part Service (C‑425/06, EU:C:2008:108). Zoals de verwijzende rechter in zijn verwijzingsbeslissing preciseert, heeft hij zich gebaseerd op de punten 56 en 57 van dat arrest, waarin het Hof heeft gewezen op de kenmerken van de handelingen die aan de orde waren in de zaak die tot dat arrest heeft geleid, om te oordelen dat de leveringen van respectievelijk de onderdelen en de litigieuze apparatuur moesten worden geacht één enkele prestatie te vormen waarvoor dezelfde fiscale regeling moest gelden. \\ **62**      Uit de aanwijzingen in de punten 56 en 57 van het arrest van 21 februari 2008, Part Service (C‑425/06, EU:C:2008:108), kan echter niet worden afgeleid dat leveringen als die in het hoofdgeding kunstmatig zijn afgesplitst, aangezien geen van de kenmerken van de door het Hof in dat verband beschreven handelingen vergelijkbaar is met die van deze leveringen. \\ **63**      Anders dan in een juridische situatie als die in het hoofdgeding, waren de twee ondernemingen die diensten verrichtten voor dezelfde klant in de zaak die tot dat arrest heeft geleid, namelijk met elkaar verbonden omdat zij deel uitmaakten van dezelfde groep. Bovendien vinden leveringen als in het hoofdgeding hun oorsprong niet in een bewuste opsplitsing van de prestatie van een leverancier, maar in afzonderlijke overeenkomsten met twee onafhankelijke dienstverrichters. Deze leveringen volgen afzonderlijk beschouwd dan ook een eigen economische logica. Voorts heeft de verwijzende rechter in casu geoordeeld dat noch is gesteld, noch is bewezen dat de onderneming waaraan de verschillende leveringen waren gericht, namelijk Brose Prievidza, een ongerechtvaardigd belastingvoordeel probeerde te verkrijgen door een verschillende fiscale behandeling van de betrokken leveringen, terwijl het Hof er in de punten 58 tot en met 62 van het arrest van 21 februari 2008, Part Service (C‑425/06, EU:C:2008:108), in essentie op heeft gewezen dat dit element essentieel is om handelingen aan te merken als zijnde kunstmatig opgesplitst. \\ **64**      Overigens kan het feit dat apparatuur niet bestemd is voor de vervaardiging van een enkel stuk of een enkele partij stukken, noch om in de onderdelen te worden ingebouwd, maar om te worden gebruikt voor de serieproductie van die stukken of onderdelen, een bijdrage vormen aan het bewijs dat de levering van die apparatuur niet zo nauw verbonden is met een specifieke levering van stukken dat zij moet worden geacht objectief gezien één enkele ondeelbare economische prestatie te vormen met die specifieke levering van onderdelen.
  
 ===1.6 Praktische aanpak Ierland=== ===1.6 Praktische aanpak Ierland===
Line 105: Line 107:
 ====Jurisprudentie==== ====Jurisprudentie====
  
 +  * HR 13 maart 2026, nr. 23/04337, [[https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:280|ECLI:NL:HR:2026:280]] (Pauzedrankjes)
 +  * [[https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:62024CJ0409|J-GmbH e.a. tegen Finanzamt K e.a. - Hotel en bijkomende prestaties]] \\ HvJ 5 maart 2026, Gevoegde zaken C-409/24–C-411/24, J-GmbH e.a. tegen Finanzamt K e.a., ECLI:EU:C:2026:149 \\ **61** Uit de rechtspraak van het Hof volgt immers dat wanneer een lidstaat met inachtneming van het beginsel van fiscale neutraliteit gebruik heeft gemaakt van zijn beoordelingsvrijheid en concrete en specifieke aspecten van een in bijlage III bij de btw-richtlijn genoemde categorie van diensten afzonderlijk in aanmerking heeft genomen, **__niet hoeft te worden onderzocht of de aldus afzonderlijk in aanmerking genomen prestaties en de nevenprestaties daarbij uit het oogpunt van de gemiddelde consument moeten worden beschouwd als één enkele handeling__**, aangezien die laatste omstandigheid niet van doorslaggevend belang is voor de uitoefening door de lidstaten van de hun bij deze richtlijn geboden beoordelingsvrijheid inzake de selectieve toepassing van het verlaagde btw-tarief op basis van algemene en objectieve criteria (zie in die zin arrest van 6 mei 2010, Commissie/Frankrijk, C‑94/09, EU:C:2010:253, punten 33 en 34). \\ **62** Aan deze uitlegging wordt niet afgedaan door de arresten van 18 januari 2018, Stadion Amsterdam (C‑463/16, EU:C:2018:22), en 4 mei 2023, Finanzamt X (Blijvend geïnstalleerde werktuigen en machines) (C‑516/21, EU:C:2023:372), waaraan de verwijzende rechter in zijn verwijzingsbeslissingen refereert. \\ **63** Het Hof heeft weliswaar in punt 36 van het arrest van 18 januari 2018, Stadion Amsterdam (C‑463/16, EU:C:2018:22), geoordeeld dat één enkele prestatie moet worden belast tegen het enkele btw-tarief dat voor die prestatie geldt en dat wordt bepaald aan de hand van het hoofdelement ervan, maar in de zaak die tot dat arrest heeft geleid, had de betrokken lidstaat geen gebruik gemaakt van de bij de btw-richtlijn verleende beoordelingsvrijheid om concrete en specifieke aspecten van de betrokken categorie van diensten afzonderlijk in aanmerking te nemen met het oog op de toepassing van het verlaagde btw-tarief. In die omstandigheden was het Hof van oordeel dat moest worden onderzocht of de in die zaak aan de orde zijnde prestaties uit het oogpunt van de gemiddelde consument één enkele prestatie vormden wanneer geen gebruik was gemaakt van deze beoordelingsvrijheid. \\ **64** Bovendien heeft het Hof in punt 34 van het arrest van 18 januari 2018, Stadion Amsterdam (C‑463/16, EU:C:2018:22), in herinnering gebracht dat, om te bepalen of de selectieve toepassing van een verlaagd btw-tarief in overeenstemming is met artikel 96 en artikel 99, lid 1, van de btw-richtlijn, de vraag of een handeling die uit meerdere elementen bestaat, moet worden beschouwd als één enkele prestatie, niet van doorslaggevend belang was voor de uitoefening door de lidstaten van de hun bij deze richtlijn geboden beoordelingsvrijheid inzake de toepassing van het verlaagde btw-tarief. In punt 35 van dat arrest heeft het Hof tevens benadrukt dat de vraag die aan het Hof was gesteld, namelijk of één enkele prestatie die uit twee afzonderlijke elementen bestaat, waarvan het ene het hoofdelement en het andere het bijkomende element vormt, moet worden onderworpen aan het enkele btw-tarief dat voor het hoofdelement geldt, een ander probleem was dan dat van de omvang van die beoordelingsvrijheid, dat aan de orde was in de zaak die heeft geleid tot het arrest van 6 mei 2010, Commissie/Frankrijk (C‑94/09, EU:C:2010:253). **65**      In dat opzicht is er geen tegenstrijdigheid tussen het arrest van 18 januari 2018, Stadion Amsterdam (C‑463/16, EU:C:2018:22), en het arrest van 6 mei 2010, Commissie/Frankrijk (C‑94/09, EU:C:2010:253), die betrekking hebben op twee verschillende hypothesen. In de eerste hypothese gaat het over de vraag of nevenprestaties bij een hoofdprestatie moeten worden onderworpen aan het normale btw-tarief dat op deze hoofdprestatie van toepassing is wanneer de betrokken lidstaat geen gebruik heeft gemaakt van de hem bij artikel 98 van de btw-richtlijn verleende beoordelingsvrijheid, die hem de mogelijkheid biedt om concrete en specifieke aspecten van een in bijlage III bij deze richtlijn genoemde categorie van diensten afzonderlijk in aanmerking te nemen. In de tweede hypothese gaat het over een situatie waarin de betrokken lidstaat van deze beoordelingsvrijheid gebruik heeft gemaakt. \\ **66** Wat betreft de zaak die heeft geleid tot het arrest van 4 mei 2023, Finanzamt X (Blijvend geïnstalleerde werktuigen en machines) (C‑516/21, EU:C:2023:372), volstaat het op te merken dat deze, anders dan de onderhavige zaken, niet ging over de selectieve toepassing van een verlaagd btw-tarief op een in bijlage III bij de btw-richtlijn genoemde categorie van diensten, maar over de uitlegging van artikel 135, lid 1, onder l), en artikel 135, lid 2, eerste alinea, onder c), van deze richtlijn, die respectievelijk betrekking hebben op de vrijgestelde verhuur en verpachting van onroerende goederen en op de handelingen die van deze vrijstelling zijn uitgesloten. In die zaak diende het Hof zich dus uit te spreken over de btw-vrijstellingen en de uitzonderingen daarop, zoals voorzien in de btw-richtlijn zelf, en niet, zoals in de onderhavige zaken, over de omvang van de door deze richtlijn aan de lidstaten verleende beoordelingsvrijheid inzake de selectieve toepassing van het verlaagde btw-tarief.
 +
 +----
  
 ===Economisch 1 geheel --> geen verlaagd tarief mogelijk=== ===Economisch 1 geheel --> geen verlaagd tarief mogelijk===
belastbare_handeling/combinaties_van_prestaties.1759675696.txt.gz · Last modified: by avdoesum