Site Tools


formeel:gelijkheidsbeginsel

Differences

This shows you the differences between two versions of the page.

Link to this comparison view

Both sides previous revisionPrevious revision
formeel:gelijkheidsbeginsel [2026/02/18 18:37] – [1.Aantekeningen] avdoesumformeel:gelijkheidsbeginsel [2026/02/18 18:37] (current) – [1.Aantekeningen] avdoesum
Line 13: Line 13:
 ---- ----
  
-  * [[https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2024:1417|Gemeenschappelijke bijlage bij conclusies van 13 december 2024 inzake gescheiden afvalinzameling]] \\ Gemeenschappelijke bijlage bij de conclusies van advocaat-generaal Ettema van 13 december 2024 inzake nrs. 23/01441, 23/01443, 23/01474, 23/01475, 23/01477, 23/01478, 23/01479, 23/01481, 23/01482, 23/01485 en 23/01533, ECLI:NL:PHR:2024:1417, NLF 2025/0137 \\ **9.5** In zijn arrest van 29 mei 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI5110108, oordeelt de Hoge Raad dat voor toepassing van de meerderheidsregel slechts in de vergelijking worden betrokken de gevallen die aan het betrokken bestuursorgaan uit hoofde van zijn bevoegdheid bekend zijn. Na de reorganisatie van de Belastingdienst per 1 januari 2003 fungeren de voorzitters van de managementteams van een aantal regiogebonden organisatieonderdelen van de Belastingdienst als Inspecteur. Dit brengt volgens de Hoge Raad mee dat voor toepassing van de meerderheidsregel slechts rekening wordt gehouden met de vergelijkbare gevallen waarvan de behandeling plaatsvindt door of namens dezelfde voorzitter van het managementteam: \\ \\ //“3.4.1. Voor de toepassing van de meerderheidsregel kunnen slechts in de vergelijking worden betrokken de met het geval van de betrokken belastingplichtige vergelijkbare gevallen die aan het betrokken bestuursorgaan uit hoofde van zijn bevoegdheid bekend zijn. Slechts ten aanzien van die belastingplichtigen kan dat bestuursorgaan fouten maken, waarop de meerderheidsregel naar haar strekking ziet (vgl. HR 5 oktober 1994, nr. 29839, BNB 1995/7, onderdeel 4.4). \\ 3.4.2. Wat betreft de heffing van rijksbelastingen bracht dit vóór 1 januari 2003 mee dat als vergelijkbare gevallen slechts in aanmerking konden worden genomen gevallen die ressorteerden onder de inspecteur (destijds het hoofd van de betrokken eenheid van de Belastingdienst) die ingevolge de toenmalige Uitvoeringsregeling Belastingdienst bevoegd was (vgl. HR 16 december 1998, nr. 33327, BNB 1999/165). Ingevolge die uitvoeringsregeling was vóór 2003 de bevoegdheid van de inspecteur goeddeels geografisch bepaald. De territoriale grenzen van zijn bevoegdheid vielen samen met die van zijn ambtsgebied. \\ 3.4.3. Na de reorganisatie van de Belastingdienst per 1 januari 2003 fungeren ingevolge artikel 5, lid 1, van de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003 (hierna: de UrBd 2003) de voorzitters van de managementteams van een aantal regiogebonden organisatieonderdelen van de Belastingdienst als inspecteur. Weliswaar is – om tegemoet te komen aan de wens tot een verdergaande flexibilisering van de werkzaamheden van de Belastingdienst – aan deze functionarissen landelijke bevoegdheid gegeven (Kamerstukken II, 2002-2003, 28 608, nr. 3, blz. 20), maar krachtens de in de UrBd 2003 opgenomen zogenoemde ressorteerbepalingen geldt als hoofdregel dat, evenals voorheen, het woon- of vestigingsplaatsbeginsel bepalend is voor de vraag onder welke inspecteur een natuurlijk persoon, een lichaam of een entiteit ressorteert. Het grootste deel van de belastingplichtigen zal ten opzichte van de situatie vóór 2003 geen wijzigingen ervaren, aldus de toelichting op de UrBd 2003. \\ 3.4.4. Het onder 3.4.1 omschreven uitgangspunt brengt derhalve mee dat vanaf 2003 in de vergelijking doorgaans slechts kunnen worden betrokken de met het geval van de betrokken belastingplichtige vergelijkbare gevallen van belastingplichtigen waarin de fiscale behandeling plaatsvindt door of namens dezelfde voorzitter van een managementteam als onder 3.4.3 bedoeld. Middel 5, dat van een andere opvatting uitgaat, faalt derhalve.”// \\ \\ +  * [[https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2024:1417|Gemeenschappelijke bijlage bij conclusies van 13 december 2024 inzake gescheiden afvalinzameling]] \\ Gemeenschappelijke bijlage bij de conclusies van advocaat-generaal Ettema van 13 december 2024 inzake nrs. 23/01441, 23/01443, 23/01474, 23/01475, 23/01477, 23/01478, 23/01479, 23/01481, 23/01482, 23/01485 en 23/01533, ECLI:NL:PHR:2024:1417, NLF 2025/0137 \\ **9.5** In zijn arrest van 29 mei 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI5110108, oordeelt de Hoge Raad dat voor toepassing van de meerderheidsregel slechts in de vergelijking worden betrokken de gevallen die aan het betrokken bestuursorgaan uit hoofde van zijn bevoegdheid bekend zijn. Na de reorganisatie van de Belastingdienst per 1 januari 2003 fungeren de voorzitters van de managementteams van een aantal regiogebonden organisatieonderdelen van de Belastingdienst als Inspecteur. Dit brengt volgens de Hoge Raad mee dat voor toepassing van de meerderheidsregel slechts rekening wordt gehouden met de vergelijkbare gevallen waarvan de behandeling plaatsvindt door of namens dezelfde voorzitter van het managementteam: \\ \\ //“3.4.1. Voor de toepassing van de meerderheidsregel kunnen slechts in de vergelijking worden betrokken de met het geval van de betrokken belastingplichtige vergelijkbare gevallen die aan het betrokken bestuursorgaan uit hoofde van zijn bevoegdheid bekend zijn. Slechts ten aanzien van die belastingplichtigen kan dat bestuursorgaan fouten maken, waarop de meerderheidsregel naar haar strekking ziet (vgl. HR 5 oktober 1994, nr. 29839, BNB 1995/7, onderdeel 4.4). \\ 3.4.2. Wat betreft de heffing van rijksbelastingen bracht dit vóór 1 januari 2003 mee dat als vergelijkbare gevallen slechts in aanmerking konden worden genomen gevallen die ressorteerden onder de inspecteur (destijds het hoofd van de betrokken eenheid van de Belastingdienst) die ingevolge de toenmalige Uitvoeringsregeling Belastingdienst bevoegd was (vgl. HR 16 december 1998, nr. 33327, BNB 1999/165). Ingevolge die uitvoeringsregeling was vóór 2003 de bevoegdheid van de inspecteur goeddeels geografisch bepaald. De territoriale grenzen van zijn bevoegdheid vielen samen met die van zijn ambtsgebied. \\ 3.4.3. Na de reorganisatie van de Belastingdienst per 1 januari 2003 fungeren ingevolge artikel 5, lid 1, van de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003 (hierna: de UrBd 2003) de voorzitters van de managementteams van een aantal regiogebonden organisatieonderdelen van de Belastingdienst als inspecteur. Weliswaar is – om tegemoet te komen aan de wens tot een verdergaande flexibilisering van de werkzaamheden van de Belastingdienst – aan deze functionarissen landelijke bevoegdheid gegeven (Kamerstukken II, 2002-2003, 28 608, nr. 3, blz. 20), maar krachtens de in de UrBd 2003 opgenomen zogenoemde ressorteerbepalingen geldt als hoofdregel dat, evenals voorheen, het woon- of vestigingsplaatsbeginsel bepalend is voor de vraag onder welke inspecteur een natuurlijk persoon, een lichaam of een entiteit ressorteert. Het grootste deel van de belastingplichtigen zal ten opzichte van de situatie vóór 2003 geen wijzigingen ervaren, aldus de toelichting op de UrBd 2003. \\ 3.4.4. Het onder 3.4.1 omschreven uitgangspunt brengt derhalve mee dat vanaf 2003 in de vergelijking doorgaans slechts kunnen worden betrokken de met het geval van de betrokken belastingplichtige vergelijkbare gevallen van belastingplichtigen waarin de fiscale behandeling plaatsvindt door of namens dezelfde voorzitter van een managementteam als onder 3.4.3 bedoeld. Middel 5, dat van een andere opvatting uitgaat, faalt derhalve.”// \\ \\ (...) \\ \\ **9.8** Ik meen op grond van het voorgaande dat het hiervoor genoemde arrest van de Hoge Raad niet meer onverkort kan worden toegepast op gevallen die zich hebben voorgedaan na de reorganisatie van 1 januari 2013. Anders dan voorheen ressorteren gemeenten in beginsel onder dezelfde landelijke directeur. Het oordeel van het Hof dat belanghebbende ressorteert onder de voorzitter van een managementteam van een andere regio, getuigt van een onjuiste rechtsopvatting. Het middel wordt in zoverre terecht voorgesteld.
- +
-(...) \\ \\ +
- +
-**9.8** Ik meen op grond van het voorgaande dat het hiervoor genoemde arrest van de Hoge Raad niet meer onverkort kan worden toegepast op gevallen die zich hebben voorgedaan na de reorganisatie van 1 januari 2013. Anders dan voorheen ressorteren gemeenten in beginsel onder dezelfde landelijke directeur. Het oordeel van het Hof dat belanghebbende ressorteert onder de voorzitter van een managementteam van een andere regio, getuigt van een onjuiste rechtsopvatting. Het middel wordt in zoverre terecht voorgesteld.+
  
  
formeel/gelijkheidsbeginsel.1771436255.txt.gz · Last modified: by avdoesum