formeel:in_strijd_met_unierecht_geheven

Differences

This shows you the differences between two versions of the page.

Link to this comparison view

Both sides previous revisionPrevious revision
Next revision
Previous revision
formeel:in_strijd_met_unierecht_geheven [2024/05/05 11:15] – [3.Jurisprudentie] avdoesumformeel:in_strijd_met_unierecht_geheven [2026/06/16 11:09] (current) – [1.1 Rechter heeft Unierecht verkeerd toegepast] avdoesum
Line 12: Line 12:
  
   * **C-566/17 - Związek Gmin Zagłębia Miedziowego** \\ **47.** In het verlengde van het voorgaande is de in het hoofdgeding aan de orde zijnde nationale praktijk volgens de verwijzende rechter ten slotte in strijd met artikel 168 van de btw-richtlijn. \\ **48.** Dienaangaande zij eraan herinnerd dat de nationale rechters het nationale recht zoveel mogelijk conform het Unierecht moeten uitleggen, en dat die conforme uitlegging in beginsel door de bevoegde nationale belastingautoriteit aan een belastingplichtige kan worden tegengeworpen (zie in die zin arresten van 26 september 1996, Arcaro, C‑168/95, EU:C:1996:363, punten 41 en 42; 5 juli 2007, Kofoed, C‑321/05, EU:C:2007:408, punt 45, en 15 september 2011, Franz Mücksch, C‑53/10, EU:C:2011:585, punt 34). \\ **49.** Hoewel de verplichting tot conforme uitlegging voorts niet kan dienen als grondslag voor een uitlegging contra legem van het nationale recht (zie onder meer arrest van 15 april 2008, Impact, C‑268/06, EU:C:2008:223, punt 100 en aldaar aangehaalde rechtspraak), zijn de nationale rechterlijke instanties verplicht om in voorkomend geval vaste rechtspraak te wijzigen wanneer deze berust op een met de doelstellingen van een richtlijn onverenigbare uitlegging van het nationale recht (arresten van 19 april 2016, DI, C‑441/14, EU:C:2016:278, punt 33; 17 april 2018, Egenberger, C‑414/16, EU:C:2018:257, punt 72, en 11 september 2018, IR, C‑68/17, EU:C:2018:696, punt 64).   * **C-566/17 - Związek Gmin Zagłębia Miedziowego** \\ **47.** In het verlengde van het voorgaande is de in het hoofdgeding aan de orde zijnde nationale praktijk volgens de verwijzende rechter ten slotte in strijd met artikel 168 van de btw-richtlijn. \\ **48.** Dienaangaande zij eraan herinnerd dat de nationale rechters het nationale recht zoveel mogelijk conform het Unierecht moeten uitleggen, en dat die conforme uitlegging in beginsel door de bevoegde nationale belastingautoriteit aan een belastingplichtige kan worden tegengeworpen (zie in die zin arresten van 26 september 1996, Arcaro, C‑168/95, EU:C:1996:363, punten 41 en 42; 5 juli 2007, Kofoed, C‑321/05, EU:C:2007:408, punt 45, en 15 september 2011, Franz Mücksch, C‑53/10, EU:C:2011:585, punt 34). \\ **49.** Hoewel de verplichting tot conforme uitlegging voorts niet kan dienen als grondslag voor een uitlegging contra legem van het nationale recht (zie onder meer arrest van 15 april 2008, Impact, C‑268/06, EU:C:2008:223, punt 100 en aldaar aangehaalde rechtspraak), zijn de nationale rechterlijke instanties verplicht om in voorkomend geval vaste rechtspraak te wijzigen wanneer deze berust op een met de doelstellingen van een richtlijn onverenigbare uitlegging van het nationale recht (arresten van 19 april 2016, DI, C‑441/14, EU:C:2016:278, punt 33; 17 april 2018, Egenberger, C‑414/16, EU:C:2018:257, punt 72, en 11 september 2018, IR, C‑68/17, EU:C:2018:696, punt 64).
 +
 +----
 +
 +===1.2 Wijze uitoefening van recht op Irimie-rente is aangelegenheid nationale procesorde===
 +
 +  * [[https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:62020CJ0415|Gräfendorfer Geflügel- und Tiefkühlfeinkost Produktions GmbH]] \\ HvJ 28 april 2022, Gevoegde zaken C-415/20, C-419/20 en C-427/20, Gräfendorfer Geflügel- und Tiefkühlfeinkost Produktions GmbH en F. Reyher Nchfg. GmbH & Co. KG vertr. d. d. Komplementärin Verwaltungsgesellschaft F. Reyher Nchfg. mbH tegen Hauptzollamt Hamburg en Hauptzollamt Kiel, ECLI:EU:C:2022:306 \\ **74** In deze omstandigheden moet vervolgens met betrekking tot zowel de in de zaken C‑419/20 en C‑427/20 in het geding zijnde douanerechten als de geldboete waarvan sprake is in zaak C‑415/20 worden opgemerkt dat het – volgens vaste rechtspraak van het Hof – bij gebreke van een Unieregeling een aangelegenheid van de interne rechtsorde van elke lidstaat is om de regels vast te stellen voor de betaling van rente in geval van de terugbetaling van in strijd met het Unierecht geïnde geldsommen. Deze regels moeten echter stroken met het gelijkwaardigheidsbeginsel en het doeltreffendheidsbeginsel, waarvan de naleving met name inhoudt dat zij niet van dien aard mogen zijn dat zij de uitoefening van het door het Unierecht gewaarborgde recht op rentebetaling in de praktijk onmogelijk of uiterst moeilijk maken (zie arresten van 19 juli 2012, Littlewoods Retail e.a., C‑591/10, EU:C:2012:478, punten 27 en 28, en 6 oktober 2015, Târşia, C‑69/14, EU:C:2015:662, punten 26 en 27). Soortgelijke vereisten gelden tevens in geval van de tardieve betaling van een krachtens het Unierecht verschuldigde geldsom, zoals de som die overeenkomt met de uitvoerrestituties die aan de orde zijn in zaak C‑415/20.
 +
  
 ---- ----
Line 29: Line 36:
   * [[https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2022:6042|Rechtbank Gelderland, 28 oktober 2022, nr. AWB 21/4536, ECLI:NL:RBGEL:2022:6042, NLF 2022/2166 (In strijd met Unierecht geheven / Vergoeding Irimie-rente aan gemeente)]]   * [[https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2022:6042|Rechtbank Gelderland, 28 oktober 2022, nr. AWB 21/4536, ECLI:NL:RBGEL:2022:6042, NLF 2022/2166 (In strijd met Unierecht geheven / Vergoeding Irimie-rente aan gemeente)]]
   * HvJ 23 april 2020, Sole-Mizo en Dalmandi Mezőgazdasági (C-13/18 en C-126/18, EU:C:2020:292)   * HvJ 23 april 2020, Sole-Mizo en Dalmandi Mezőgazdasági (C-13/18 en C-126/18, EU:C:2020:292)
-  * Irimie 
   * Lear Corporation   * Lear Corporation
   * Littlewoods Retail e.a., C‑591/10, EU:C:2012:478   * Littlewoods Retail e.a., C‑591/10, EU:C:2012:478
 +  * Irimie, C-565/11, EU:C:2013:250
 +  * technoRent International e.a., C-844/19, EU:C:2021:378
 +  * Gräfendorfer Geflügel- und Tiefkühlfeinkost Produktions e.a., C-415/20, C-419/20 en C-427/20, EU:C:2022:306
 +  * HUMDA, C-397/21, EU:C:2022:790
 +  * Sole-Mizo en Dalmandi Mezőgazdasági, C-13/18 en C-126/18, EU:C:2020:292
 +  * Commissie - Hongarije, C-274/10
 +  * Lear Corporation, C-532/23
 +  * Delphi Hungary Autóalkatrész Gyártó, C-654/13 (alleen in FR)
  
 ---- ----
formeel/in_strijd_met_unierecht_geheven.1714900524.txt.gz · Last modified: by avdoesum