Site Tools


formeel:proceskostenvergoeding

Differences

This shows you the differences between two versions of the page.

Link to this comparison view

Both sides previous revisionPrevious revision
Next revision
Previous revision
formeel:proceskostenvergoeding [2026/03/24 14:51] – [1.Aantekeningen] avdoesumformeel:proceskostenvergoeding [2026/06/16 14:34] (current) avdoesum
Line 12: Line 12:
  
 ---- ----
 +
 +  * Als de uitspraak van het Hof is bekendgemaakt in 2024, moet voor de hoogte van de vergoeding van proceskosten ter zake van de cassatieprocedure acht worden geslagen op de Wet herwaardering proceskostenvergoedingen WOZ en bpm , gelet op het bepaalde in artikel IV van die wet. Gelet op wat de Hoge Raad in onderdeel 3 van zijn arrest van 17 januari 2025, ECLI:NL:HR:2025:46 (hierna: het arrest van 17 januari 2025), heeft overwogen, moet worden beoordeeld of het geval in kwestie met het oog op die proceskostenvergoeding is aan te merken als een bijzonder geval als bedoeld in rechtsoverweging 3.5.2 van het arrest van 17 januari 2025. De daarbij te hanteren regels zijn nader uitgewerkt in het arrest van de Hoge Raad van 18 juli 2025, ECLI:NL:HR:2025:1175
 +
 +
 +----
 +
  
 ====2. Regelgeving==== ====2. Regelgeving====
 +
 +  * Besluit proceskosten bestuursrecht \\ //Besluit van 22 december 1993, Stb. 763, laatstelijke gewijzigd bij het Besluit van 5 december 2005, Stb. 628//.
  
 ---- ----
Line 28: Line 36:
 ---- ----
  
 +===3.2 Proceskostenvergoeding ivm ORT===
 +
 +  * HR 19 februari 2016, [[https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2016:252|ECLI:NL:HR:2016:252]], rechtsoverweging 3.14.1. \\ In de omstandigheid dat belanghebbende een vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn in de cassatieprocedure wordt toegekend, vindt de Hoge Raad aanleiding om de Staat (de Minister van Justitie en Veiligheid) te veroordelen in de kosten van het geding in cassatie.
 +  * HR 10 november 2023, ECLI:NL:HR:2023:1526, rechtsoverweging 5.2 \\ Bij de berekening van de vergoeding voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand neemt de Hoge Raad in het geval aan belanghebbende een vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding in de cassatieprocedure wordt toegekend tot uitgangspunt dat i) een verzoek om schadevergoeding een proceshandeling is waaraan 1 punt wordt toegekend, en ii) op een dergelijk verzoek van toepassing is wegingsfactor 0,25 (zeer licht) zoals voorzien in de bijlage bij het Besluit proceskosten bestuursrecht
 +
 +==3.2.1 Proceskostenvergoeding ivm ORT bij inhoudelijk ongegrond (hoger) beroep / cassatieberoep==
 +
 +  * HR 19 februari 2016, [[https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2016:252|ECLI:NL:HR:2016:252]] \\ **3.14.1.** Indien de rechter het (hoger) beroep dan wel het beroep in cassatie op zichzelf beschouwd ongegrond acht, maar wel een vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn met overeenkomstige toepassing van artikel 8:73 Awb toekent, is er aanleiding het __griffierecht__ op de voet van artikel 8:74, lid 2, Awb aan de belanghebbende te laten vergoeden en, indien sprake is van voor vergoeding in aanmerking komende __proceskosten__ op de voet van artikel 8:75 Awb, een veroordeling uit te spreken in de proceskosten van de belanghebbende (vgl. HR 20 maart 2015, nr. 14/01332, ECLI:NL:HR:2015:660, BNB 2015/198). Dit is niet anders indien de rechter over de vergoeding van immateriële schade beslist in een afzonderlijke, nadere uitspraak als bedoeld in artikel 8:73, lid 2, Awb. \\ **3.14.2.** In de hiervoor in 3.14.1 bedoelde gevallen rijst de vraag **wie het griffierecht en de proceskosten voor de procedure bij de rechtbank moet(en) vergoeden** indien de bezwaar- en de beroepsfase tezamen zo lang hebben geduurd dat de redelijke termijn is overschreden. Indien die overschrijding met inachtneming van het hiervoor in 3.11.1 overwogene\\ \\ (i) uitsluitend is toe te rekenen aan het bestuursorgaan, zal de vergoeding van deze bedragen ook moeten plaatsvinden door dat orgaan; \\ \\ (ii) uitsluitend is toe te rekenen aan de rechter, zal de vergoeding van deze bedragen moeten plaatsvinden door de Staat (de Minister van Veiligheid en Justitie); \\ \\ (iii) zowel aan het bestuursorgaan als aan de rechter is toe te rekenen, zal de vergoeding van deze bedragen deels moeten plaatsvinden door het bestuursorgaan en deels door de Staat (de Minister van Veiligheid en Justitie), waarbij om redenen van eenvoud en uitvoerbaarheid dient te worden uitgegaan van een verdeling waarbij ieder van hen de helft betaalt.
 +
 +----
 +
 +===3.3 Proceskostenvergoeding===
  
  
 +  * HR 14 juli 2006, nr. 42477, ?????, r.o. 3.4\\ Voor vergoeding van kosten genoemd in Besluit proceskosten bestuursrecht, andere dan die betreffende beroepsmatig verleende bijstand, heeft te gelden dat het gemaakt zijn van die kosten uiterlijk bij het sluiten van het onderzoek ter zitting van het Hof, moet zijn medegedeeld.
 +  * Conclusie van advocaat-generaal Ettema van 5 december 2025, nr. 23/03662, [[https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2025:1336|ECLI:NL:PHR:2025:1336]] \\ **5.7** In het verleden heeft de Hoge Raad met betrekking tot de ‘Richtlijn van de belastingkamers van de gerechtshoven inzake vergoeding van proceskosten bij WOZ-taxaties, Raad voor de Rechtspraak’ (Richtlijn proceskosten bij WOZ-taxaties)16, geoordeeld dat die richtlijn ‘recht’ is als hiervoor bedoeld.17 __Hij is echter inmiddels omgegaan__. In een arrest van 13 juni 2025 oordeelt hij als volgt (voetnoten weggelaten):18 \\ //“4.1.5 __De Richtlijn is niet aan te merken als recht in de zin van artikel 79 van de Wet op de rechterlijke organisatie__. Zij is immers niet vastgesteld door de gerechtsvergadering van het Hof. De Hoge Raad kan daarom niet beoordelen of het Hof de Richtlijn heeft geschonden. In zoverre komt de Hoge Raad terug van zijn arrest van 27 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3370, rechtsoverweging 2.3.1. \\ 4.1.6 Dit neemt niet weg dat het wenselijk is dat de gerechten in feitelijke instantie op dit punt uniformiteit nastreven (zie hiervoor in 4.1.3). Toepassing van de Richtlijn is daarvoor een aanvaardbaar en geëigend middel. De gerechten in feitelijke instantie zijn echter niet op grond van algemene beginselen van behoorlijke rechtspleging gehouden om in overeenstemming met de Richtlijn te beslissen, aangezien deze niet is vastgesteld door een instantie die de bevoegdheid heeft rechters in die zin te binden. Zij zijn daarom, indien zij de Richtlijn niet toepassen of wanneer zij daarvan afwijken, evenmin gehouden te motiveren waarom zij dat doen. De klacht faalt voor zover deze uitgaat van een andere rechtsopvatting.”//
 ====4. Literatuur==== ====4. Literatuur====
  
 ---- ----
  
formeel/proceskostenvergoeding.1774360279.txt.gz · Last modified: by avdoesum