Site Tools


maatstaf:artikel_90

Differences

This shows you the differences between two versions of the page.

Link to this comparison view

Both sides previous revisionPrevious revision
Next revision
Previous revision
maatstaf:artikel_90 [2024/04/22 09:20] – [1.3.1 Niet meer verschuldigd dan consument heeft betaald] avdoesummaatstaf:artikel_90 [2026/05/10 13:02] (current) avdoesum
Line 8: Line 8:
  
   * [[Maatstaf:Kortingen|Kortingen]]   * [[Maatstaf:Kortingen|Kortingen]]
 +  * [[vrijstellingen:factoring:Factoring]]
  
  
Line 157: Line 158:
  
   * HvJ Consortium Remi Group, r.o. 36 \\ In herinnering dient te worden gebracht dat artikel 90, lid 1, van de btw-richtlijn bepaalt dat in geval van annulering, verbreking, ontbinding of gehele of gedeeltelijke niet-betaling, of in geval van prijsvermindering nadat de handeling is verricht, de maatstaf van heffing dienovereenkomstig wordt verlaagd onder de voorwaarden die door de lidstaten worden vastgesteld. Deze bepaling verplicht de lidstaten ertoe om de maatstaf van heffing van de btw en dus het door de belastingplichtige verschuldigde btw-bedrag te verlagen telkens wanneer de belastingplichtige na het aangaan van een transactie de tegenprestatie geheel of gedeeltelijk niet ontvangt. Die bepaling vormt de uitdrukking van een __fundamenteel beginsel van de btw-richtlijn op grond waarvan de maatstaf van heffing de werkelijk ontvangen tegenprestatie is en dat tot gevolg heeft dat de belastingdienst geen groter bedrag aan btw kan ontvangen dan de belastingplichtige heeft geïnd__ (arrest van 11 november 2021, ELVOSPOL, C‑398/20, EU:C:2021:911, punten 24 en 25).   * HvJ Consortium Remi Group, r.o. 36 \\ In herinnering dient te worden gebracht dat artikel 90, lid 1, van de btw-richtlijn bepaalt dat in geval van annulering, verbreking, ontbinding of gehele of gedeeltelijke niet-betaling, of in geval van prijsvermindering nadat de handeling is verricht, de maatstaf van heffing dienovereenkomstig wordt verlaagd onder de voorwaarden die door de lidstaten worden vastgesteld. Deze bepaling verplicht de lidstaten ertoe om de maatstaf van heffing van de btw en dus het door de belastingplichtige verschuldigde btw-bedrag te verlagen telkens wanneer de belastingplichtige na het aangaan van een transactie de tegenprestatie geheel of gedeeltelijk niet ontvangt. Die bepaling vormt de uitdrukking van een __fundamenteel beginsel van de btw-richtlijn op grond waarvan de maatstaf van heffing de werkelijk ontvangen tegenprestatie is en dat tot gevolg heeft dat de belastingdienst geen groter bedrag aan btw kan ontvangen dan de belastingplichtige heeft geïnd__ (arrest van 11 november 2021, ELVOSPOL, C‑398/20, EU:C:2021:911, punten 24 en 25).
 +
 +
 +----
 +
 +===1.4 Oninbare vorderingen inkoopcombinaties===
 +
 +**Bron: Elsevier BTW almanak 2004
 +blz. 298, nr. 18.1.1.5, Inkoopcombinaties**
 +
 +In contracten tussen een inkoopcombinatie en haar leveranciers is vaak bepaald dat de inkoopcombinatie de door haar leden verschuldigde bedragen voldoet aan de leveranciers. Als nu de inkoopcombinatie die bedragen niet of niet volledig van haar leden ontvangt, rijst de vraag of aan de inkoopcombinatie een teruggaaf wegens oninbare vordering kan worden verleend. Als de inkoopcombinatie als zelfstandige ihandelsschakel optreedt, hetgeen het geval is als de leveranciers de goederen aan de combinatie leveren en de combinatie de goederen verolgens aan haar leden levert, kan aan de inkoopcombinatie teruggaag wegens oninbare vorderingen worden gegeven. Als de inkoopcombinaite echter niet als zelfstandige handelsschakel optreedt- de l;everanciers leveren de gederen rechtstreeks aan de leden van de combinatie - , kan de inkoopcombinatie geen aansporaak maken op een teruggaaf weges oninbare vorderingen. Bezien vanuit de positie van de leverancier van de goederen is de vordering immers voldaan, nameijk door de inkoopcombinatie. Deze laatste treedt op als financier voor de afnemer (het lid van de inkoopcombinatie. Dit houdt tevens in dat de afnemer de afgetrokken voorbelasting noet terug hoeft te betalen (V-N 1996, blz. 4883).
  
  
Line 235: Line 246:
 ---- ----
  
 +===3.3 Teruggaaf houdt verband met verschuldigdheid===
  
 +  * Mokoryte. T‑233/25 \\ **33**. Wanneer een leverancier belastingplichtige was op het tijdstip waarop de goederen zijn geleverd of de diensten zijn verricht – datum waarop volgens artikel 63 van de btw-richtlijn het belastbare feit plaatsvindt en de belasting verschuldigd wordt –, blijft hij de btw verschuldigd die hij voor rekening van de staat heeft geïnd en ontvangen, ongeacht of hij in de tussentijd zijn hoedanigheid van belastingplichtige heeft verloren. Gelet op het feit dat de maatstaf van heffing, zoals omschreven in artikel 73 van de btw-richtlijn, de werkelijk ontvangen tegenprestatie omvat, kan deze leverancier, zelfs nadat hij de hoedanigheid van belastingplichtige heeft verloren, bovendien de maatstaf van heffing zodanig herzien dat deze de werkelijk ontvangen tegenprestatie weergeeft en de belastingdienst uit hoofde van de btw geen hoger bedrag ontvangt dan het door deze leverancier geïnde bedrag [zie in die zin arrest van 15 oktober 2020, E. (Btw – Verlaging van de maatstaf van heffing), C-335/19, EU:C:2020:829, punt 40]. **Hieruit volgt dat het recht op verlaging van de maatstaf van heffing nauw samenhangt met de hoedanigheid van persoon die gehouden is tot voldoening van de btw over de belastbare handeling waarvoor deze tegenprestatie verschuldigd is.**
  
 ====4. Literatuur==== ====4. Literatuur====
 +
 +  * van Doesum, Ad, Non-Payments in EU VAT Law (December 1, 2021). CJEU: Recent Developments in Value Added Tax 2021 (Linde 2022), Maastricht Faculty of Law Working Paper, Available at SSRN: [[https://ssrn.com/abstract=3975307|https://ssrn.com/abstract=3975307]] or [[http://dx.doi.org/10.2139/ssrn.3975307|http://dx.doi.org/10.2139/ssrn.3975307]]
  
 ---- ----
  
maatstaf/artikel_90.1713770444.txt.gz · Last modified: by avdoesum