Site Tools


maatstaf:maatstaf_fictieve_diensten

Differences

This shows you the differences between two versions of the page.

Link to this comparison view

Both sides previous revisionPrevious revision
Next revision
Previous revision
maatstaf:maatstaf_fictieve_diensten [2024/04/30 11:18] avdoesummaatstaf:maatstaf_fictieve_diensten [2024/04/30 11:21] (current) – [3.Jurisprudentie] avdoesum
Line 29: Line 29:
 ====3. Jurisprudentie==== ====3. Jurisprudentie====
  
-  * Y KG v Finanzamt O, C‑207/23 \\ **51**. Om te beginnen zij eraan herinnerd dat het Hof reeds heeft verduidelijkt dat artikel 74 van de btwrichtlijn een uitzondering op de algemene regel van artikel 73 van deze richtlijn vormt (arrest van 8 mei 2013, Marinov, C‑142/12, EU:C:2013:292, punt 31). Daarnaast vloeit uit artikel 74 van de btw-richtlijn ondubbelzinnig voort dat slechts wanneer er geen aankoopprijs van de goederen of van soortgelijke goederen is, de maatstaf van heffing de „kostprijs” is [zie in die zin met betrekking tot artikel 11, A, lid 1, onder b), van de Zesde richtlijn (77/388), dat overeenstemt met artikel 74 van de btw-richtlijn, arrest van 28 april 2016, Het Oudeland Beheer, C‑128/14, EU:C:2016:306, punt 38].+  * Y KG v Finanzamt O, C‑207/23 \\ **51**. Om te beginnen zij eraan herinnerd dat het Hof reeds heeft verduidelijkt dat artikel 74 van de btwrichtlijn een uitzondering op de algemene regel van artikel 73 van deze richtlijn vormt (arrest van 8 mei 2013, Marinov, C‑142/12, EU:C:2013:292, punt 31). Daarnaast vloeit uit artikel 74 van de btw-richtlijn ondubbelzinnig voort dat slechts wanneer er geen aankoopprijs van de goederen of van soortgelijke goederen is, de maatstaf van heffing de „kostprijs” is [zie in die zin met betrekking tot artikel 11, A, lid 1, onder b), van de Zesde richtlijn (77/388), dat overeenstemt met artikel 74 van de btw-richtlijn, arrest van 28 april 2016, Het Oudeland Beheer, C‑128/14, EU:C:2016:306, punt 38]. \\ **52**.  Ook heeft het Hof reeds geoordeeld dat als „aankoopprijs ten tijde van de onttrekking” in de zin van artikel 74 van de btw-richtlijn de restwaarde van het goed op het tijdstip van de onttrekking geldt. Met betrekking tot het bestemmen van een ook in dit artikel bedoeld goed heeft het Hof daaraan toegevoegd dat de maatstaf van heffing de op het tijdstip van het bestemmen berekende waarde van het betrokken goed was, die overeenkomt met de marktprijs van een soortgelijk goed met inachtneming van de kosten van veranderingen aan dit goed (arrest van 8 mei 2013, Marinov, C‑142/12, EU:C:2013:292, punt 32 en aldaar aangehaalde rechtspraak). \\ **53**. (…) \\ **54**. Het Hof heeft er tevens op gewezen dat het criterium van de aankoopprijs van soortgelijke goederen, anders dan het criterium van de kostprijs, de belastingoverheid in staat stelt om zich te baseren op de marktprijzen voor het betrokken soort goederen op het tijdstip van de bestemming van het betrokken goed, zonder dat in detail hoeft te worden onderzocht welke waardecomponenten tot deze prijzen hebben geleid (zie in die zin arrest van 23 april 2015, Property Development Company, C‑16/14, EU:C:2015:265, punt 40).
  
 ---- ----
maatstaf/maatstaf_fictieve_diensten.1714468736.txt.gz · Last modified: by avdoesum