HvJ, Grzera, C‑213/24
36. Uit het verzoek om een prejudiciële beslissing blijkt echter dat de nationale praktijk het mogelijk maakt om een maatschap zonder rechtspersoonlijkheid als een zelfstandige belastingplichtige te behandelen door haar te beschouwen als de tot voldoening van de btw gehouden entiteit, los van elk van haar vennoten.
37. Aangezien volgens de door de verwijzende rechter en E. T. uiteengezette bepalingen van Pools recht voor de verkoop van een gemeenschappelijk goed de toestemming van elk van de echtgenoten is vereist, en de ene of de andere echtgenoot niet bevoegd is om namens de gemeenschap op te treden, lijken beide echtgenoten bij de betrokken verkopen samen te hebben gehandeld, en zijn zij dus, onder voorbehoud van verificatie door de verwijzende rechter, jegens derden (kopers en overheidsinstanties), en naar buiten toe niet elk zelfstandig naar buiten getreden, hetgeen een relevante factor is voor de identificatie van de belastingplichtige [zie in die zin arresten van 12 oktober 2016, Nigl e.a., C‑340/15, EU:C:2016:764, punten 30 en 34, en 16 september 2020, Valstybinė mokesčių inspekcija (Overeenkomst voor een gezamenlijke activiteit), C‑312/19, EU:C:2020:711, punten 43‑46].