Redactie V-N, V-N 2009/59.17
Het HvJ EG ziet de levering door de verkoper en de door de verkoper op zich genomen sloopwerkzaamheden als één voor de omzetbelasting in aanmerking te nemen prestatie. De daaraan ten grondslag liggende overwegingen (r.o. 32 t/m 40) overtuigen ons niet en komen ons bovendien tamelijk gekunsteld voor.
Het komt ons voor dat het HvJ EG de juridische en economische realiteit enigszins uit het oog verliest. Daardoor overtreedt het HvJ EG ook zijn eigen regels. Zo is - naar wij menen - uit rechtspraak af te leiden dat het, teneinde de functionaliteit van het btw-stelsel niet aan te tasten, niet is toegestaan in een situatie waarbij twee prestaties worden verricht, die prestaties kunstmatig als één handeling te beschouwen. Bovendien - zo de sloopwerkzaamheden al zijn aan te merken als een bijkomende dienst (dat wil zeggen: als een dienst die geen doel op zich is, doch een middel om de hoofddienst zo aantrekkelijk mogelijk te maken) - dan is het op zijn minst opmerkelijk dat die dienst ervoor zorgt dat de hoofddienst een andere fiscale kleur krijgt. Je zou toch eerder verwachten dat het alleen zo is dat de bijkomende dienst het fiscale lot van de hoofddienst deelt. Voor op dat gebied relevante rechtspraak verwijzen we onder andere naar het arrest-CPP (HvJ EG 25 februari 1999, C-349/96 ['Card Protection Plan Ltd'], BNB 1999/224 (V-N 1999/15.28)) en naar het arrest-RLRE Tellmer Property (HvJ EG 11 juni 2009, C-572/07, V-N 2009/29.17).