beginselen:rechtsvormneutraliteit
This is an old revision of the document!
Table of Contents
Rechtsvormneutraliteit
1. Aantekeningen
- Geen rechtsvormneutraliteit in de BTW? –> HvJ EG 9 oktober 2001, nr. C-108/99 (Cantor Fitzgerald International), V-N 2001/58.20, r.o. 33.
- AG Comas in zaak Heerma, punt 15. Rechtsvorm niet enige factor voor bepalen belastingplicht. Dus wel een factor?
- Noot Reugebrink BNB 1990/241
- De rechtsvormneutraliteit op subjectniveau in de BTW vloeit voort uit het objectkarakter van de belasting. (Ad)
Polysar
12 Volgens de rechtspraak van het Hof, met name het arrest van 4 december 1990 (zaak C-186/89, Van Tiem, Jurispr. 1990, blz. I-4363), kent artikel 4 van de Zesde richtlijn aan de BTW een zeer ruime werkingssfeer toe. In dit arrest verklaarde het Hof, dat het begrip “exploitatie” in de zin van artikel 4, lid 2, overeenkomstig de vereisten van het beginsel van neutraliteit van het BTW-stelsel, betrekking heeft op alle handelingen, ongeacht hun rechtsvorm, die bedoeld zijn om uit het betrokken goed duurzaam opbrengst te verkrijgen.
Gregg en Gregg
HvJ RG 7 september 1999, nr. C-216/97 (Gregg en Gregg), ???
2. Regelgeving
3. Jurisprudentie
- Gregg & Gregg
- Heerma Conclusie AG. Rechtsvorm is niet de enige factor waar belastingplicht van afhangt.
- Conclusie AG HR 7 november 2003, nr. 37 800, BNB 2004/66, punt 4.2.5
- Tp, C-288/22, concl. AG, punt47 e.v.
- HvJ 28 juni 2007, JP Morgan Fleming Claverhouse Investment Trust en The Association of Investment Trust Companies (C‑363/05, EU:C:2007:391, punt 26)
- HvJ 4 mei 2006, Abbey National (C‑169/04, EU:C:2006:289, punt 53)
- HvJ 3 april 2003, Hoffmann (C‑144/00, EU:C:2003:192, punt 24)
- HvJ 10 september 2002, Kügler (C‑141/00, EU:C:2002:473, punt 30)
- HvJ 7 september 1999, Gregg (C‑216/97, EU:C:1999:390, punt 20).
4. Literatuur
beginselen/rechtsvormneutraliteit.1689680773.txt.gz · Last modified: by avdoesum
