This is an old revision of the document!
Table of Contents
Vertrouwensbeginsel
1. Aantekeningen
2. Regelgeving
3. Jurisprudentie
3.1 HvJ
- Elmeka
HvJ 14 september 2006, Gevoegde zaken C-181/04 tot C-183/04, Elmeka NE tegen Ypourgos Oikonomikon, ECLI:EU:C:2006:563 - Commissie - Spanje HvJ 18 januari 2001, nr. C-83/99, Commissie van de Europese Gemeenschappen tegen Koninkrijk Spanje, ECLI:EU:C:2001:31, r.o. 25
- 22. Ter rechtvaardiging van de niet-nakoming van de krachtens de Zesde richtlijn op haar rustende verplichtingen stelt de Spaanse regering, dat de duur van de procedures die door de Commissie zijn ingeleid tegen de lidstaten die de werkzaamheid bestaande in het ter beschikking stellen van wegeninfrastructuren niet aan BTW onderwerpen, bij het Koninkrijk Spanje het gewettigd vertrouwen had gewekt, dat de Zesde richtlijn niet noodzakelijkerwijs tot toepassing van het normale BTW-tarief op deze werkzaamheid verplichtte.
23. Dienaangaande zij eraan herinnerd, dat in het kader van de procedure wegens niet-nakoming de exacte inhoud van de verplichtingen van de lidstaten in geval van onenigheid over de uitlegging kan worden bepaald (arrest van 14 december 1971, Commissie/Frankrijk, 7/71, Jurispr. blz. 1003, punt 49), en dat die procedure berust op de objectieve vaststelling van de niet-nakoming door een lidstaat van de krachtens het Verdrag of een handeling van afgeleid recht op hem rustende verplichtingen (zie met name arrest van 1 oktober 1998, Commissie/Spanje, C-71/97, Jurispr. blz. I-5991, punt 14).
24. Bovendien zij eraan herinnerd, dat het vertrouwensbeginsel, dat het rechtstreekse uitvloeisel is van het rechtszekerheidsbeginsel, in het algemeen wordt aangevoerd door particulieren (marktdeelnemers) bij wie de overheid een gewettigd vertrouwen heeft opgewekt en niet door een regering kan worden ingeroepen om zich te onttrekken aan de gevolgen van een beslissing van het Hof waarbij de ongeldigheid van een communautaire handeling is vastgesteld (arrest van 19 september 2000, Ampafrance et Sanofi, C-177/99 en C-181/99, nog niet gepubliceerd in de Jurisprudentie, punt 67).
25. Gelet op het voorgaande moet worden beklemtoond, dat het vertrouwensbeginsel in een geval als het onderhavige niet door een lidstaat kan worden ingeroepen om de objectieve vaststelling van de niet-nakoming van de krachtens het Verdrag of een handeling van afgeleid recht op hem rustende verplichtingen te verhinderen, aangezien aanvaarding van deze rechtvaardigingsgrond zou indruisen tegen het doel van de procedure van artikel 169 van het Verdrag (zie in die zin arresten van 11 juni 1985, Commissie/Ierland, 288/83, Jurispr. blz. 1761, punt 22, en 24 september 1998, Commissie/Frankrijk, C-35/97, Jurispr. blz. I-5325, punt 45).
26. Het beroep van het Koninkrijk Spanje op eerbiediging van het vertrouwensbeginsel staat er dus hoe dan ook niet aan in de weg, dat in casu de niet-nakoming door deze lidstaat wordt vastgesteld.
- Salomie en Oltean
3.2 HR
- HR 5 november 2021, nr. 20/03173, ecli:NL:HR:2021:1654
Dispositievereiste; Hoge Raad komt terug van HR 26 september 1979, ECLI:NL:HR:1979:AM4918. - HR 14 April 2023, nr. 20/02590, ECLI:NL:HR:2023:460
Je kunt geen vertrouwen ontlenen aan het Uitvoeringsbesluit OB, omdat dat een algemeen verbindend voorschrift is en niet een uitlating van een bestuursorgaan.
3.2.4 In dit verband verdient opmerking dat een ondernemer die winst beoogt en een beroep wil doen op de vrijstelling van post b.29 of post b.33 van Bijlage B, niet met succes een beroep kan doen op vertrouwen dat bij hem is gewekt door die bijlage bij het Uitvoeringsbesluit. In rechte te beschermen vertrouwen kan immers alleen worden ontleend aan uitlatingen van een bestuursorgaan. De vaststelling van Bijlage B is aan te merken als het vaststellen van een algemeen verbindend voorschrift en niet als een uitlating van een bestuursorgaan.
3.3 Schijn van standpuntbepaling
4.8. De Hoge Raad heeft in het Boekenclub-arrest geoordeeld dat sprake kan zijn van een schijn van een standpuntbepaling bij een boekenonderzoek indien een aangelegenheid dusdanig pregnant aanwezig is dat deze niet aan de aandacht van de controleambtenaar kan zijn ontsnapt, deze aangelegenheid aanleiding zou moeten geven kritische opmerkingen te maken of tot naheffing over te gaan en niet is overgegaan tot het maken van opmerkingen of tot naheffing.
Zie: Hoge Raad 18 december 1991, ECLI:NL:HR:1991:BH8148.
3.4 Schadevergoeding bij niet kunnen honoreren (Unierechtelijk) vertrouwensbeginsel
- HvJ 14 juli 2022, c-36/21, Sense Visuele communicatie en Handel vof, tevens handelend onder de naam De Scharrelderij, EclI:EU:c:2022:556.
3.5 Vertrouwen op website belastingdienst
- Rechtbank Gelderland, 28 maart 2023, nrs. 22/660 en 22/661, ecli:NL:RBGEL:2023:1660
18. Op de website van de Belastingdienst zijn voorbeelden van vrijgestelde medische diensten vermeld. Tot 1 januari 2022 was daarbij de vermelding ‘waarneming door collega’s’ opgenomen. Eiseres beroept zich op deze vermelding op de website van de Belastingdienst.
19. Het gaat hier om een algemene voorlichting, die geen toezegging of goedkeuring inhoudt. Voor deze situatie geldt de volgende regel van de Hoge Raad. In gevallen waarin de belastingplichtige, afgaande op - achteraf bezien onjuiste - informatie, een handeling heeft verricht of nagelaten ten gevolge waarvan een hoger bedrag van hem wordt geheven dan hij op basis van die informatie meende als gevolg van die handeling of dat nalaten te moeten betalen, zal doeltreffende rechtsbescherming tegen inbreuken op het vertrouwensbeginsel in de regel het oordeel rechtvaardigen dat het meerdere niet van de belastingplichtige mag worden geheven.
4. Literatuur
- S.B. Cornielje, Voorstel voor een nieuwe holdingresolutie in de omzetbelasting, WFR 2023/223 \\Bij strijdigheid met een du regel van Unierecht kan hoe dan ook geen gerechtvaardigd vertrouwen aan een besluit worden ontleend(HvJ EG 26 april 1988, nr. 316/86, ECLI:EU:C:1988:201 (Krücken), r.o. 24; HvJ EU 20 juni 2013, C-568/11, ECLI:EU:C:2013:407 (Agroferm), r.o. 52; HvJ EU 20 december 2017, C-516/16, ECLI:EU:C:2017:1011 (Erzeugerorganisation Tiefkühlgemüse), r.o. 69 en HvJ EU 14 juli 2022, C-36/21, ECLI:EU:C:2022:556 (SenseVisuele Communicatie en Handel vof), r.o. 28.)
