This is an old revision of the document!
Table of Contents
Aanbrenging
1. Aantekeningen
Uit de parlementaire behandeling (memorie van antwoord) blijkt dat het begrip 'aanbrengen' in art. 3, lid 1, onderdeel f dezelfde betekenis heeft als de begrippen 'installeren' en 'monteren' in art. 36 Btw-richtlijn (Kamerstukken, 22 712, nr. 6, p. 56).
Het is maar de vraag of het aanbrengen van een sedumdak een 3-1-f kan zijn. De heersende opvatting (zie hierna) lijkt te zijn dat hetgeen wordt aangebracht of gemonteerd een zekere mate van zelfstandheid moet hebben. Dat lijkt me in geval van sedummatten niet het zo te zijn. Er kan nog wel getwijfeld worden aan de interpretatie die aan het begrip ‘aanbrengen’ in de zin van die bepaling wordt gegeven. Waarom zou het installeren van een keuken in Duitsland wel onder 36 Btw-richtlijn vallen, maar het aanbrengen van een groendak in Duitsland niet? Uit de toelichting op tabel I maak ik ook op dat – los van de vraag of een groendak isolatiemateriaal is – het niet uitgesloten is dat het aanbrengen van isolatiemateriaal een 3-1-f vormt.
HR 23 oktober 1991, nr. 27.053, BNB 1992/44 Het hof had geoordeeld dat het noodtrappenhuis niet een tevoren bestaand zelfstandig goed was dat ingevolge een overeenkomst is aangebracht aan een ander goed.
In geschil is of ten aanzien van het in opdracht van belanghebbende aan haar kantoorflat gebouwde noodtrappenhuis, sprake is van de levering van een vervaardigd onroerend goed in de zin van art. 3, eerste lid, waardoor de herzieningsregeling van art. 13–13a Uitv.besch. van toepassing wordt (inspecteur), of dat sprake is van een dienst (belanghebbende). Hof 's-Hertogenbosch stelt belanghebbende in het gelijk. HR: In 's hofs oordeel dat het noodtrappenhuis niet enige zelfstandigheid bezit, zodat geen sprake is van een oplevering in de zin van art. 3, eerste lid, onderdeel c, noch van een levering ex art. 3, eerste lid, onderdeel f, of de andere onderdelen van art. 3, eerste lid, ligt besloten dat dit trappenhuis ook tijdens de bouw niet enige zelfstandigheid bezat, zodat art. 3, eerste lid, onderdeel h (vanaf 1 januari 2007: derde lid, onderdeel b), niet van toepassing is. Het hof heeft de bouw terecht gekwalificeerd als een jegens belanghebbende verrichte dienst.
S.T.M. Beelen e.a., Cursus Belastingrecht (Omzetbelasting) (losbladig), 2.1.2.G, Gouda Quint, Deventer, leiden uit dit arrest af dat het goed na het aanbrengen nog een zekere zelfstandigheid moet bezitten.
Vakstudie aantekening 31 Naarmate meer tijd en deskundigheid nodig is, krijgt de prestatie meer het karakter van een dienst in plaats van dat van een levering ex art. 3, eerste lid, onderdeel f, Wet OB 1968.
Aant. 3.5.4 (lid 1 onderdeel f) Tuinaanleg Bij het aanleggen van tuinen en dergelijke zal het afhangen van de terzake gesloten overeenkomst of al dan niet sprake is van een levering als hier bedoeld.
In het onderhavige geval waarin bij de aanleg van tuinen, planten, heesters e.d. worden aangebracht, terwijl de opdrachtgever zijn persoonlijke smaak sterk doet gelden bij de vaststelling van de beplanting van zijn tuin en de aanbrenging plaatsvindt van met naam en hoeveelheid omschreven planten enz., is sprake van een levering van planten enz. ingevolge art. 3, eerste lid, onderdeel f. TC 12 oktober 1959, nr. 8769 O, BNB 1960 /40 (V-N 1960, p. 390, punt 16).
