Site Tools


formeel:naheffing

This is an old revision of the document!


Naheffing

1. Aantekeningen

1.1 Voorbelasting in mindering brengen

Ingeval de inspecteur over een bepaald tijdvak de ten onrechte niet voldane omzetbelasting naheft, dient hij op de verschuldigde belasting in mindering te brengen de voorbelasting, indien en voorzover ter zake wordt voldaan aan de wettelijke vereisten die aan de aftrek van voorbelasting zijn gesteld. Dit volgt uit de bewoordingen van art. 2 van de wet en wordt bevestigd door de geschiedenis van de totstandkoming van die bepaling. Hof 's-Hertogenbosch 20 oktober 1978, nr. 77/1977 OB, BNB 1979/244.


1.2 Onjuiste tenaamstelling

Een onjuiste tenaamstelling van en aanslagbiljet kan in het algemeen niet leiden tot een belastingverplichting. HR 31 augustus 1998, nr 33569, BNB 1998/335.

Uitzonderingen:

  1. 1. indien de onvolkomenheid zo gering is dat redelijkerwijs geen misverstand kan bestaan voor wie de belastingdienst het (naheffings)aanslagbiljet had bestemd (HR 31 augustus 1998, nr 33569, BNB 1998/335).
  2. 2. indien de inspecteur niet op de hoogte was en niet kon zijn van de wijziging van de belastingplichtige, zoals in het geval van een fiscale eenheid indien niet langer aan de materiele eisen is voldaan (HR 7 mei 1997, nr. 32094, BNB 1997/235). zie ook: HR 23 augustus 1996, nr. 31277, BNB 1996/390.

2. Regelgeving


3. Jurisprudentie

3.1 Btw eruit halen

3.2 Naheffingstermijn

3.2.1 Lidstaten mogen naheffingstermijn vaststellen

  • Napfény-Toll
    HvJ 13 juli 2023, Zaak C-615/21, Napfény-Toll, ECLI:EU:C:2023:573

    30 Vooraf moet worden opgemerkt dat het Unierecht bij de huidige stand ervan geen termijn vaststelt waarin het recht van de belastingdienst om de btw vast te stellen verjaart, en a fortiori niet specificeert in welke gevallen een dergelijke termijn moet worden geschorst.

    34 Bij gebreke van toepasselijke Unierechtelijke bepalingen staat het aan de lidstaten om, met betrekking tot het recht van de belastingdienst om de btw vast te stellen, verjaringsregels vast te stellen en toe te passen, met inbegrip van regels inzake de schorsing en/of stuiting van de verjaring (zie naar analogie arrest van 21 januari 2021, Whiteland Import Export, C‑308/19, EU:C:2021:47, punt 45).

3.2.2 Naheffingstermijn van 5 jaar is toegestaan

* Napfény-Toll
HvJ 13 juli 2023, Zaak C-615/21, Napfény-Toll, ECLI:EU:C:2023:573

** 36** In dit verband heeft het Hof geoordeeld dat een verjaringstermijn van vijf jaar die wordt toegepast op verzoeken om teruggaaf van te veel betaalde btw en die begint te lopen vanaf het einde van het kalenderjaar waarin de betalingstermijn van de belasting is verstreken, in overeenstemming was met het Unierecht (zie in die zin arrest van 20 december 2017, Caterpillar Financial Services, C‑500/16, EU:C:2017:996, punt 43).

37 Een verjaringstermijn voor het recht van de belastingdienst om de verschuldigde btw vast te stellen die loopt voor een periode van vijf jaar vanaf de laatste dag van het kalenderjaar waarin de aangifte of kennisgeving betreffende die belasting had moeten worden ingediend of, bij gebreke van een dergelijke aangifte of kennisgeving, vanaf de laatste dag van het kalenderjaar waarin de belasting had moeten worden betaald – zoals in het hoofdgeding – moet, gelet op de hierboven uiteengezette rechtspraak, naar analogie worden geacht in overeenstemming te zijn met het Unierecht.

4. Literatuur


formeel/naheffing.1689509000.txt.gz · Last modified: by avdoesum