This is an old revision of the document!
Table of Contents
Toetsing aan verdrag
1. Aantekeningen
- Bij volledige harmonisatie lijkt het NIET mogelijk een nationale regeling te toetsen aan primair EU recht (vgl. Radlberger)
- Bij onvolledige harmonisatie lijkt het WEL mogelijk een nationale regeling te toetsen aan primair EU recht (Conclusie van AG Ettema van 28 juli 2023, nr. 21/02456, ECLI:NL:PHR:2023:700)
- Bij volledige én bij onvolledige harmonisatie lijkt het WEL mogelijk secundair EU recht te toetsen aan primair EU recht (Conclusie van AG Ettema van 28 juli 2023, nr. 21/02456, ECLI:NL:PHR:2023:700)
2. Regelgeving
3. Jurisprudentie
- HvJ EG 29 april 2004, nr. C-387/01 (Weigel en Weigel), r.o. 43
Alvorens na te gaan of de heffing van een belasting met de kenmerken van de basis-NoVA de artikelen 39 EG en 12 EG schendt, moet deze maatregel worden getoetst aan de bepalingen van richtlijn 83/183. Zoals de Commissie van de Europese Gemeenschappen heeft opgemerkt, hoeft immers niet te worden onderzocht of eventueel sprake is van schending van deze verdragsbepalingen wanneer een bepaling van genoemde richtlijn zich er reeds tegen verzet dat een heffing zoals de basis-NoVA wordt toegepast op personen die zich in dezelfde situatie bevinden als de echtelieden Weigel.
- HvJ EG 29 april 2004, nr. C-387/01 (Weigel en Weigel), r.o. 57
Artikel 12 EG, waarin het algemene beginsel van non-discriminatie op grond van nationaliteit is neergelegd, kan slechts autonoom worden toegepast in onder het gemeenschapsrecht vallende situaties waarvoor het Verdrag niet in bijzondere discriminatieverboden voorziet (zie arresten van 26 november 2002, Oteiza Olazabal, C-100/01, Jurispr. blz. I-10981, punt 25, en 11 december 2003, AMOK, C-289/02, Jurispr. blz. I-00000, punt 25).
4. Literatuur
- Feteris, Beroep in cassatie in belastingzaken, blz. 92
Gaat het om een verdragsbepaling die niet als eenieder verbindend is aan te merken, 247 dan kan volgens een arrest uit 1968 in cassatie niet over de schending daarvan worden geklaagd. 248 De praktische betekenis daarvan lijkt beperkt. De HR mag namelijk wel beoordelen of al dan niet sprake is van een verdragsbepaling die eenieder verbindend is. 249 Is daarvan geen sprake, dan zal een beroep op zo’n bepaling als regel op die grond moeten worden afgewezen. Of de uitleg van die bepaling zich leent voor toetsing in cassatie speelt dan geen rol
