Site Tools


tarief:verlaagd_tarief

This is an old revision of the document!


Verlaagd tarief

1. Aantekeningen

1.1 Regressiviteit

  • Resolutie van het Europees Parlement van 16 februari 2022 over de tenuitvoerlegging van de zesde btw-richtlijn: wat ontbreekt er om de btw-kloof in de Unie te verkleinen? (2020/2263(INI))
    24. merkt op dat uit empirisch bewijs blijkt dat het huidige stelsel van meerdere btw-tarieven in de lidstaten regressief is wanneer het geldt als percentage van het besteedbaar inkomen, maar in de meeste lidstaten evenredig of licht progressief neigt te zijn wanneer het wordt gemeten als percentage van de uitgaven; merkt daarnaast op dat wanneer wordt gerekend in termen van uitgaven, de bestaande verlaagde btw-tarieven en het nultarief bijdragen tot een progressiever btw-stelsel ten opzichte van btw-stelsels met één enkel tarief; merkt bovendien op dat uit bewijs ook blijkt dat alleen btwtarieven die verlaagd worden met het oog op de ondersteuning van huishoudens met een laag inkomen (zoals verlaagde tarieven voor levensmiddelen) de btw progressiever maken; verzoekt de lidstaten om bij de invoering van verlaagde btw-tarieven het specifieke doel voor ogen te houden om huishoudens met een lager inkomen te ondersteunen;
    10. vindt het zorgelijk dat sommige lidstaten donaties in natura in het algemeen niet uitsluiten van de btw-heffing, waardoor ondernemingen consumentengoederen vernietigen, met name geretourneerde goederen, ondanks het feit dat een dergelijke uitzondering mogelijk is op grond van de bestaande btw-richtlijn; verzoekt de Commissie richtsnoeren uit te vaardigen voor de lidstaten waarin zij verduidelijkt dat btw-vrijstellingen voor donaties in natura verenigbaar zullen zijn met de bestaande EU-wetgeving inzake btw totdat het voorstel van de Raad (COM(2018)0020, artikel 98, lid 2) door de lidstaten wordt goedgekeurd;

1.2 Argumenten voor en tegen tariefdifferentiatie

1.2.1 Argumenten voor tariefdifferentiatie
  • Introductie 'verhoogde' tarieven: beperkt onderzoek naar gedaan. Onderzoek naar verhoging van algemene tarief wijst uit dat tariefsverhogingen volledig worden doorbelast aan de consument.
1.2.2 Argumenten tegen tariefdifferentiatie

1.3 Rapporten verlaagde tarieven

1.4 Vraag NRC 7 april 2023

Van: Doesum, Ad van (BELASTR) ad.vandoesum@maastrichtuniversity.nl
Verzonden: vrijdag 7 april 2023 16:00
Aan: Martine Kamsma m.kamsma@nrc.nl
Onderwerp: Re: vraag NRC SEO over btw groente en fruit

Geachte mevrouw Kamsma,

Nogmaals hartelijk dank voor uw interessante vraag. Ik ga daar graag op in.

Gaat u hierover een artikel publiceren in NRC? Indien dat het geval is en u daarbij gebruik gaat maken van mijn onderstaande reactie, zou u mij dan in de gelegenheid willen stellen het artikel voor publicatie te lezen? Verder verzoek ik u dan, omwille van de transparantie, te vermelden dat ik professor in de kostprijsverhogende belastingen aan de Universiteit Maastricht, hoofd van het Knowledge Centre van PwC Nederland en rechter-plv. in de rechtbank Den Haag ben.

In de discussie over de wenselijkheid om een nultarief (0%) te introduceren op groente en fruit lopen - u geeft dat zelf ook al aan - drie zaken door elkaar heen.

Ten eerste is het de vraag of een nultarief op groente en fruit een gezonde voedselkeuze stimuleert. De algemeen heersende opvatting onder (internationale) btw-experts is dat dit niet of slechts beperkt het geval is. De btw is een ongeschikt middel om gedrag te beinvloeden. Dat is ook weer de conclusie in het SEO rapport. Zie bijvoorbeeld ook: https://www.cpb.nl/sites/default/files/publicaties/download/cpb-policy-brief-2014-02-bouwstenen-voor-een-moderne-btw.pdf

Ten tweede is het de vraag of om hetzelfde doel te bereiken (gezondere voedingsmiddelenkeuzes) niet effectievere maatregelen bestaan. Het is namelijk zo dat een nultarief op groente en fruit voor de overheid (permanente) budgettaire kosten en voor het bedrijfsleven (eenmalige) implementatiekosten met zich brengt. Bovendien zijn er alternatieve, niet noodzakelijkerwijs fiscale, maatregelen denkbaar die een groter gedragseffect tegen lagere (maatschappelijke) kosten teweeg kunnen brengen (zoals verboden, beperkingen in de verkrijgbaarheid, heffen van bijzondere verbruiksbelastingen). Voorts moet bedacht worden dat een verlaging van het btw-tarief op groente en fruit van 9% naar 0% enerzijds voor de consument maar een druppel op een gloeiende plaat zal zijn (in de prijs van een komkommer van € 1,09 bij de AH zit een nu bedrag van € 0,09 aan btw). En dan is het nog maar de vraag óf de btw-verlaging al leidt tot een verlaging van de prijzen (en niet, zoals destijds bij het verlagen van het tarief op kappers- en andere arbeidsintensieve diensten tot verhoging van de winstmarges van de bedrijven leidt – zie bijvoorbeeld: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-28600-IXB-24-b2.pdf).

Ten derde - en ik meen dat uw vraag daarop ziet - is het de vraag wat de risico's op het vlak van juridische houdbaarheid en uitvoerbaarheid zijn van een nultarief op groente en fruit. Het SEO rapport schetst die risico’s mijns inziens terecht. De conclusies komen overeen met het beeld dat algemeen in de vakliteratuur en uit de rechtspraak (zie hierna) over de afbakening van het verlaagde tarief naar voren komt.

De gesignaleerde risico’s houden verband met het afbakenen van wat precies onder het nultarief zou moeten gaan vallen. Als immers het doel is om slechts 'gezonde' voeding onder het lage tarief te brengen, dan is het noodzakelijk om binnen datgene dat dan als groente en fruit wordt aangemerkt, een nadere afbakening aan te brengen. Niet alle groente en niet al het fruit is gezond. Het voorbeeld dat in het SEO rapport genoemd wordt, is dat van komkommer mét en zonder (ongezonde) toevoegingen.

Het maken van een (nadere) afbakening is echter zowel problematisch voor wat betreft de juridische uitvoerbaarheid als voor wat betreft de uitvoerbaarheid van een dergelijke maatregel. Het komt mij voor dat dit niet anders is wanneer slechts 'verse en onbewerkte' producten onder het verlaagde tarief worden gebracht, zoals de heer Overwater in het FD oppert.

De juridische uitvoerbaarheid gaat over de vraag in hoeverre het (juridisch) wel toegestaan is om binnen de cattegorie groente en fruit bepaalde producten wel en andere niet onder het nultarief te brengen. In de btw dienen namelijk op soortgelijke goederen en diensten, die met elkaar concurreren, voor de heffing van btw gelijk moeten worden behandeld. Het Europese Hof van Justitie heeft bepaald dat de beoordeling of goederen of diensten soortgelijk zijn, plaats moet vinden vanuit het oogpunt van de modale consument. Daarbij geldt volgens het Hof dat goederen en diensten soortgelijk zijn, wanneer zij overeenkomstige eigenschappen vertonen en aan dezelfde behoeften van de consument voldoen – waarbij het vergelijkbare gebruik de maatstaf is – en wanneer de verschillen die zij vertonen, de beslissing van de consument om het ene of het andere goed dan wel de ene of de andere dienst te betrekken niet aanmerkelijk beinvloeden.

Gezien deze algemeen geformuleerde randvoorwaarden, valt te voorzien dat er de nodige juridische discussies zullen ontstaan bij het vinden van een (nadere) afbakening van wat groente en fruit is. Ook een criterium als ‘vers en onbewerkt’ zal tot dergelijke discussies leiden. In dat verband is een fraai voorbeeld een zaak die bij het Hof van Justitie terecht kwam en ging over de vraag of Polen een onderscheid mocht maken tussen ‘vers gebak’ (laag tarief) en ander gebak (normaal tarief) aan de hand van de uiterste houdbaarheidsdatum. Het Hof van Justitie geeft de bovengenoemde randvoorwaarden, maar laat het aan de Poolse rechter om concreet te onderzoeken of het hanteren van een verlaagd btw-tarief voor gebak met een uiterste verbruiksdatum van 45 dagen niet ertoe leidt dat de verkoop ervan wordt bevorderd ten opzichte van gebak waarvan de houdbaarheidsdatum meer dan 45 dagen bedraagt. Dat zal een moeilijk uitvoerbare opdracht zijn geweest voor de Poolse rechter.

De uitvoerbaarheid van een nultarief op groente en fruit hangt nauw samen met de juridische houdbaarheid ervan. Het gaat er daarbij vooral om of er voldoende capaciteit bij de overheid (belastingdienst, rechterlijke macht) is om een juiste toepassing van het nultarief te borgen. Ook in dat opzicht valt niet veel goeds te verwachten van een nultarief op groente en fruit.

Ten slotte kan in de aanzienlijke hoeveelheid (casuistische) rechtspraak van de afgelopen decennia over de toepassing van het verlaagde tarief op diverse producten een indicatie worden gezien van de problematische afbakening van een eventueel nultarief op groente en fruit. Om enkele voorbeelden van discussies over het verlaagde tarief te noemen: is tandpasta een geneesmiddel, is een aphrodisiacum, een magische mushroom of een push-up waterijsje met alcohol als levensmiddel aan te merken en hoe zit het met kruidendranken? Ook in andere landen zijn er de nodige discussies over het verlaagde tarief. Om maar wat voorbeelden te geven: de reeds genoemde verse cakejes uit Polen, teacakes in het Verenigd Koninkrijk, brandhout in Duitsland en liftreparaties in Portugal.

In het licht van het voorgaande denk ik dus dat theorie en praktijk ruimschoots aanleiding geven te veronderstellen dat een nultarief op groente en fruit tot (nog) meer discussies met de belastingdienst en tot (nog) meer rechtszaken zal gaan leiden.

Ik hoop dat ik hiermee uw vragen heb kunnen beantwoorden. Mocht u nog verdere vragen hebben, belt of mailt u mij dan gerust.

Met vriendelijke groet,


Van: Martine Kamsma m.kamsma@nrc.nl
Verzonden: vrijdag 7 april 2023 12:54
Aan: Doesum, Ad van (BELASTR)
Onderwerp: vraag NRC SEO over btw groente en fruit

Beste Ad van Doesum,

Eind maart verscheen het SEO rapport over een btw-nultarief voor groente en fruit. Conclusie in het kort: de onderzochte afbakeningsopties zijn juridisch kwetsbaar, er zijn risico’s mbt uitvoering en handhaving. Ik schrijf voor NRC over voeding. Los van de vraag of een lagere btw gezonde voedselkeuzes stimuleert (en of het daarvoor het geëigende instrument is) ben ik benieuwd: is die afbakening inderdaad zo problematisch? Of zijn afbakeningskwesties inherent aan een systeem met verschillende tarieven? Zal een nultarief inderdaad rechtszaken tot gevolg hebben? In het FD stond een ingezonden brief van een fiscalist die het probleem niet zo zag. (Ik vond in de Volkskrant een stukje terug waarin u iets zei over misverstanden over verschillende tarieven.)

Mijn vraag is: worden de SEO-conclusies gedeeld door andere belastingexpert of klinken er ook alternatieve geluiden?

Ik hoor graag!

Vriendelijke groet,

Martine Kamsma

Redacteur Voeding

T: 020 755 3000
M: 06 50 99 13 88
E: m.kamsma@nrc.nl
W: nrc.nl
Twitter @MartineKamsma

NRC Media
Postbus 20673
1001 NR
Amsterdam


2. Regelgeving


3. Jurisprudentie

3.1 Doel verlaagd tarief

  • Escape Center, C-330/21

23. Het doel van die bijlage III is namelijk om bepaalde bijzonder noodzakelijk geachte diensten goedkoper te maken en dus toegankelijker voor de eindconsument, die uiteindelijk de btw draagt (zie in die zin arrest van 22 april 2021, Dyrektor Izby Administracji Skarbowej w Katowicach, C-703/19, EU:C:2021:314, punt 37 en aldaar aangehaalde rechtspraak), en in die context beoogt punt 14 van die bijlage sportbeoefening te bevorderen en sport voor particulieren toegankelijk te maken (zie in die zin arrest van 10 november 2016, Baštová, C-432/15, EU:C:2016:855, punt 64).


3.2 Geneesmiddelen

  • Phantsasialand
    39. Met andere woorden, onderzocht moet worden of de betrokken goederen of diensten zich uit het oogpunt van de gemiddelde consument in een substitutierelatie bevinden. In dat geval kan de toepassing van verschillende btw-tarieven immers van invloed zijn op de keuze van de consument, hetgeen bijgevolg een schending van het beginsel van fiscale neutraliteit zou opleveren (zie in die zin arrest van 9 november 2017, AZ, C‑499/16, EU:C:2017:846, punten 33 en 34)
  • Verlaagd tarief zonnebrandcreme
    Hoge Raad 11 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2560
  • ecli:NL:RBNHO:2021:12724
    PwC procedure zonnebrandcreme en tandpasta 2021

3.3 DSR / Tarief pro rata

**2. **
Het Hof moest over dezelfde Portugese bepaling reeds op 5 mei 2022 in zaak C‑218/21 beslissen of ze ook betrekking heeft op de reparatie van een lift in een gebouw dat niet uitsluitend voor bewoning wordt gebruikt. Hoewel het Hof dit bevestigde, benadrukte het in de rechtsoverwegingen dat in het geval van renovatie- en hersteldiensten voor gemeenschappelijke voorzieningen in gebouwen voor gemengd gebruik een „pro-rataverdeling” nodig was. (2)

Voetnoot 2
Arrest van 5 mei 2022, DSR – Montagem e Manutenção de Ascensores e Escadas Rolantes (C‑218/21, EU:C:2022:355, punt 42). De regering van Portugal verwijst in haar schriftelijke opmerkingen uitdrukkelijk naar deze passage. Aangezien de btw-richtlijn echter niet voorziet in een pro-ratabelastingtarief voor één enkele dienst en één enkele dienst niet kan worden opgesplitst (anders zou het niet om één enkele dienst gaan), kan deze verklaring redelijkerwijs alleen betrekking hebben op het geval waarin er twee scheidbare diensten zijn (een voor het commerciële gedeelte en een voor het gedeelte van een onroerend goed dat als woning wordt gebruikt).

4. Literatuur

  • L.W.D. Wijtvliet, ‘A House Divided. Over de onwenselijkheid van gedifferentieerde btw-tarieven’, WFR 2012/669

tarief/verlaagd_tarief.1712566999.txt.gz · Last modified: by avdoesum